DJIZIENMagazine voor ketenpartners
Dienst Justitiële Inrichtingen
voorjaar 2017
vorige volgende

Achtergrond

Pilot Pieter Baan Centrum
 
 
Pieter Baan CentrumJoost Harkink en Michel Groothuizen
  • Pieter Baan Centrum
  • Joost Harkink en Michel Groothuizen

Afdeling voor moeilijk onderzoekbaren

Van de verdachten die naar het Pieter Baan Centrum worden verwezen, weigert een deel medewerking aan het onderzoek. Dat betekent niet dat de rechter vervolgens geen informatie krijgt. In de meeste gevallen kan het PBC alsnog een rapportage opleveren. Desalniettemin blijft het PBC zoeken naar manieren om haar advisering aan de rechter verder te optimaliseren. Daarom start in april een pilot met een speciale afdeling voor moeilijk onderzoekbaren.

Op de foto: Joost Harkink (l) en Michel Groothuizen: 'We investeren vol op het verleiden en stimuleren van de observandi om mee te doen aan de gesprekken of het dagprogramma.'

Geen leeg rapport

Michel Groothuizen is algemeen directeur van het NIFP, waar het PBC deel van uitmaakt. Hij wil op voorhand het beeld rond de ‘weigerproblematiek’ relativeren. Groothuizen: ‘Het NIFP voert rond de 6000 rapportages per jaar uit. Van die 6000 weigert een paar procent mee te werken aan het onderzoek. Een deel daarvan komt bij het PBC terecht. Dat zijn er zo’n 200 per jaar. Grofweg weigert in eerste instantie 60 procent van die ruim 200 dan mee te werken. Een deel van deze mensen bedenkt zich of laat ondanks de weigering zoveel zien in termen van gedrag dat een rapportage prima op te maken is. En zelfs bij de volhardende weigeraars kan meestal een deel van de onderzoeksvragen beantwoord worden. Door te observeren, mensen uit de omgeving van de verdachte te spreken en diens voorgeschiedenis te bestuderen. Een leeg rapport krijgt de rechter hoe dan ook niet. Niet meewerken aan een onderzoek betekent al lang niet meer dat er niet geoordeeld kan worden over de geestesgesteldheid van een verdachte.’

Proeftuin

Welk doel dient deze aparte afdeling voor moeilijk onderzoekbare observandi dan? Joost Harkink is directeur  van het PBC: ‘Het is niet de bedoeling dat deze afdeling - ook wel unit 3 genoemd - daadwerkelijk een aparte afdeling blijft. We gaan hier tijdelijk een deels nieuwe aanpak uitproberen. Als na een jaar blijkt dat het werkt, dan gaan we deze werkwijze incorporeren in de reguliere aanpak binnen de overige twee afdelingen van het PBC. De afdeling voor moeilijk onderzoekbaren moet je zien als een tijdelijke proeftuin waarbinnen we experimenteren met een aanpak, met als doel onze onderzoeksopbrengst verder te optimaliseren.’ De observandus verblijft ten minste zeven weken in het PBC. Als daar aanleiding toe is, kan via de rechter een verlenging van maximaal zeven weken bij de rechter worden aangevraagd.

Verleiden en stimuleren

Op het eerste gezicht lijkt de aanpak binnen ‘unit 3’ niet echt anders dan die binnen de bestaande twee afdelingen van PBC. Er zijn gesprekken met psychiaters en psychologen, groepsleiders voeren participerende observatie uit, er is een dagprogramma waar de observandi aan deel kunnen nemen. Waar zit het verschil in? Harkink: ‘Er zijn meer overeenkomsten dan verschillen, dat klopt. Het zit hem in de details. We intensiveren de observatie. Verder investeren we vol op het verleiden en stimuleren van de observandi om deel te nemen aan de gesprekken en het dagprogramma. Ook als iemand in eerste instantie op cel blijft en weinig laat zien in termen van gedrag, blijven we uitnodigen en proberen in contact te komen. Het dagprogramma is ook uitgebreider. Ons team wordt versterkt door collega’s uit de Van der Hoeve Kliniek. Door een gemengd team samen te stellen uit zowel het PBC als de tbs-sector, kunnen ook ervaringen met een sociotherapeutische aanpak worden ingezet.’

Zo min mogelijk dwang

En als een observandus dan nog niet wil, wordt hij dan gedwongen om zijn cel te verlaten? Harkink: ‘Dat is niet de insteek. Het blijft wel een spannende. Je wilt zoveel mogelijk participatie, maar tegelijkertijd wil je in een zo natuurlijk mogelijke omgeving observeren. Gedrag uitlokken is niet de bedoeling, en hoe meer dwang je toepast hoe lastiger dit wordt. Als je gedwongen wordt iets te doen wat je niet wilt dan reageer je doorgaans op een bepaalde manier. Dat is een natuurlijke reactie, en niet per se een uiting van pathologie.’

Logisch moment

Begin 2018 verhuist het PBC naar Almere. De pilot vindt - min of meer op de valreep - nog in Utrecht plaats. Groothuizen: ‘Hier hebben we om praktische redenen voor gekozen. Momenteel kunnen we naast het huidige PBC in Utrecht een geschikte ruimte huren om de pilot uit te voeren. Als het moment daar is om de verhuisdozen in te pakken, hopen we voldoende ervaringen binnen de pilot te hebben opgedaan om weer een stap verder te zijn gekomen in het optimaliseren van onze advisering aan de ketenpartners.’

Niet in het belang van de observant

Hoe reageert het veld op de plannen rond de pilot? Groothuizen: ‘Positief. We hebben uiteraard contact gezocht met onze ketenpartners over de plannen. Deze gesprekken gaven alle reden om door te gaan met de pilot.’ Harkink: ‘Met deze pilot willen we onze advisering aan de keten optimaliseren, maar uiteindelijk doen we dit ook voor de observandi. Weigeren is doorgaans niet in het belang van de observant. Deze ontzegt zich de mogelijkheid om te laten bepalen welke zorg hij nodig heeft gedurende zijn detentie. Daarnaast staat in veel gevallen het ontbreken van een gedegen advies over de persoon van de verdachte een goed verloop van het strafproces in de weg. Ook daarmee is het belang van de verdachte lang niet altijd gediend.’

Tekst: Ruth Ellerbroek   Beeld: Jörgen Caris

Over het Pieter Baan Centrum

Het Pieter Baan Centrum (PBC) van het NIFP is de psychiatrische observatiekliniek van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het is formeel een Huis van Bewaring met een specifieke taak: het uitbrengen van adviezen pro Justitia. Dit betekent dat gedragsdeskundigen van het PBC mensen onderzoeken die verdacht worden van het plegen van ernstige geweldsmisdrijven. Per jaar worden circa 220 verdachten, ook wel observandi genoemd, onderzocht. Vervolgens adviseren de gedragsdeskundigen aan de rechter of Openbaar Ministerie over de toerekeningsvatbaarheid, de kans op recidive en een eventuele behandeling van de verdachte.